Donderdag 2 juli 2009
Portomarin - Arzúa, 61 km
We verlaten de geweldige albergue van Portomarin om kwart over acht na een gezellig gezamenlijk ontbijt. Eerst eventjes omlaag naar de brug en dan begint een klim van 12 kilometer van 350 naar 720 meter. Meteen een tijdje 10 procent omhoog en daarna ietsjes minder - maar niet veel. We zitten nog steeds in de bergen, een landschap waarbij de Ardennen verbleken. Steil! Ze kijken hier niet op een procentje.
Het is druk op de weg. Veel pelgrims te voet. In de smalle straatjes van Ligonde, na 16 kilometer moet je voortdurend je komst aankondigen om langs te kunnen: “Buenos dias, buon Camino”.
Op een stijl klimmetje staat Chris, die met Nelly een kwartiertje eerder vertrokken is, met de camera klaar om ons noeste klimmen vast te leggen. We drinken koffie bij een boerderijtje (2 uur gereden op 16 kilometer…) en rijden samen verder.
Rond het middaguur eten we op een picknickplaatsje langs de drukke weg naar Melide. Het blijft zwaar. Ik heb het gevoel na 34 kilometer al genoeg arbeid verricht te hebben voor de hele dag. Maar Arzúa is nog ruim 20 kilometer verder. We rijden verder door eucalyptusbossen, heerlijk van geur. Opnieuw over hoge klimmen en door diepe dalen.
Rond twee uur naderen we Arzúa via een lange steile klim over een rechte weg. In de verte zien we Frans voor ons rijden als absolute koploper.
“Het paard ruikt de stal”, merkt Chris op, met wie ik de rode lantaarn deel. Zou Gerry vanuit Santiago naar Arzúa komen? Ik weet het bijna zeker. Als Gerry iets wil dan lukt het haar ook. En de drive van de liefde doet de rest. En jawel hoor, als we boven komen staat ze er. Met de bus uit Santiago gekomen en meteen ‘on the right spot‘. Hoe kon ze nou weten dat we de stad via deze weg zouden binnenkomen?! Dat ze ‘toevallig’ op deze plek zou moeten staan om haar Frans naar zich toe te zien zwoegen? Toeval bestaat niet. Er zijn meer dingen tussen hemel en aarde dan we kunnen bevroeden…
Zo zijn ze zelfs twee dagen eerder al met elkaar verenigd dan gepland.
Terwijl Gerry en Frans op een terras hun hereniging beklinken, rijden Chris, Nelly en ik richting camping, die drie kilometer oostwaarts zou liggen. We komen erachter dat we daarvoor weer terug dat vreselijke dal in moeten waar we met zoveel moeite uit geklommen zijn. We keren terug naar de stad en besluiten een albergue te nemen.
De keuze valt op de nieuwste: Albergue Turistico Santiago Apostel. Was die van Portomarin super, deze is werkelijk superdesuperdeluxe. Alles erop en eraan. En gelikt. Je kunt er van de marmeren vloer eten. Verschillende etages, mooie slaapzalen met prima bedden, aparte douches en wc’s per slaapzaal, zitkamer, keuken, internet per etage, wasmachines en drogers.
Kortom: hier is over nagedacht. Voor 9 euro per persoon kunnen we hier terecht. Een prima uitgangsbasis voor de laatste, glorieuze dag van morgen.
Dan zit het er op. Hoe zullen we ons dan voelen..?
Groeten uit Arzua, de poort van Sint Jacob...