maandag 1 juni 2009

De Geest van Pinksteren




Vierde dag
Zondag 31 mei 2009, Pinksteren
Montmédy – Varennes-en-Argonne, 60 km

Het is Pinksteren vandaag. Twee millennia geleden verscheen de Heilige Geest aan Jezus’ apostelen in de vorm van vurige tongen. Ze kregen letterlijk de geest en trokken daarmee de wijde wereld in om te prediken. Petrus naar Rome, Johannes naar Efese en Jacobus… naar Spanje? Werd hij daarom in dat land begraven? Of … wérd hij daar wel begraven? Ooit, twaalf eeuwen geleden, stelde paus Calixtinus, de plaatsvervanger van Christus op aarde, dit officieel vast. Dáár moest men zijn om Jacobus te aanbidden. Geen twijfel mogelijk, want hij, Calixtinus, was immers onfeilbaar. En die het waagde hieraan te twijfelen, werd als ketter in de ban gedaan. Of erger. Welnu, deze vaststelling van Calixtinus vormt het fundament van onze lange reis naar ‘het einde van de wereld’ – in middeleeuwse begrippen althans, we weten tegenwoordig wel beter… – in het spoor van al die miljoenen die ons voorgingen. Maar het is nog ver, nog meer dan tweeduizend kilometer. Cees Nooteboom formuleert het zo:
De pelgrimage naar Santiago ontstond omdat men meende in die stad het graf van de apostel Jacobus gevonden te hebben; gebeurtenissen dus die plaatsvonden naar aanleiding van iets wat misschien nooit gebeurd is. Op die uiterst schimmige voorstelling rustte een massale Europese volksbeweging die de Spanjaarden de mogelijkheid gaf om zich tegen de Arabische overheersing te blijven verzetten, de rest van Spanje op de Islam terug te veroveren, en zo een tij te keren dat heel Europa had kunnen overspoelen.
Stel je voor, als dát destijds niet gelukt was, dan hadden onze vrouwen nu met hoofddoekjes of totaal vermomd in carnavalistische burka’s moeten rondlopen… maar niet op straat! Je moet er niet aan denken.
Maar nu terug naar het heden, onze belevenissen. We hebben tot nu toe werkelijk onvoorstelbaar geluk met de weersomstandigheden. Al vóór zes uur kruipt de zon over onze tent op de hoogte boven Montmédy. Alles is kurkdroog, zelfs het gras. Als ik om halfzeven opsta is het bepaald nog niet echt warm. De lucht is blauw, met hier en daar een onschuldige wolkensliert. De camping is stil en leeg. Twee fietserstenten ver uit elkaar - wij zochten gisteren naar een plek waar de eerste zonnestralen zouden komen -, een camper en twee caravans, waarvan een toebehoort aan het bejaarde echtpaar waar we onze laptop mochten opladen en die hier ‘staat’ van mei tot en met juli. De hele nacht knetterde het verkeer nagenoeg vlak langs onze tent bergop en bergaf: motoren en auto’s, met veel pokkenherrie en soms harde blasters. Regelmatig schrokken we even wakker.
Om tien voor negen gingen we op pad. Een prachtige route, in het begin enkele klimmen en daarna afdalend naar het dal van de Meuse, onze Maas dus.
Na 11 kilometer passeren we het dorp Louppy-sur-Loison met een gigantisch renaissance kasteel, waar de Zonnekoning zijn hoofdkwartier had tijdens de belegering van Montmédy. Maar dat was gisteren… of nog langer geleden.
May eens een keertje bergop aan de leiding...

Na 30 kilometer rijden we door Dun-sur-Meuse, een van de hoogstgelegen plaatsen aan de Maas. We drinken op een terrasje aan de waterkant een ‘Orangina’.
“Als Gerry hier in het water zou spugen, dan zou dat helemaal richting Nederland drijven’, meent Frans. “Dan zou ze in Venlo op de brug kunnen gaan kijken hoe het langs drijft…”
In de buurt van Romagne, waar we een tijdje later passeren, ligt een van de grootste oorlogskerkhoven van Europa. Dat laat ons even stilstaan bij die verschrikkelijke Eerste Wereldoorlog 1914-1918, toen hier in de Argonnestreek in zes weken tijd 16.000 soldaten sneuvelden. En vele burgers. Familiegeschiedenissen boordevol leed. Ook in Varrennes-en-Argonne, waar we nu onze tent hebben opgeslagen, worden we hiermee geconfronteerd. Dit stadje, net achter de loopgravenlinie, werd tijdens die oorlog compleet aan diggelen geschoten. Een eind verder oostwaarts woedde de grote ‘Slag van Verdun’. Nóg bloederiger…
Maar… lang voordien had Varennes ook al wereldfaam verworven. Bij het begin van de Franse Revolutie in 1789, waarbij het volk de macht overnam, trachtte de Franse koning Louis XVI met zijn Marie-Antoinette en hun kinderen in cognito naar Oostenrijks territorium te ontvluchten. Ze overnachtten hier in Varrennes in een herberg om de volgende dag volgens een geheime planning verder te reizen naar Montmédy. Maar zover zou het niet komen, want ze werden herkend - hun beeltenis stond ‘toevallig’ op een geldstuk… - en door revolutionaire onderdanen gearresteerd en opgesloten in een ‘gouden kooi’ - die toen weliswaar nog niet op tv uitgezonden werd, maar het toch was. Het vervolg was nog treuriger, want enige tijd later maakte het valbijl van de guillotine een luisterloos einde aan hun aardse bestaan.
De geschiedenis van de streek waar we vandaag doorheen fietsen werd geschreven met bloed. Eeuwenlang vonden hier veldslagen plaats, raakte de grond doordrenkt met het bloed van vele soldaten, zonen van ouders, vaders van kinderen, gevallen voor de glorie van het vaderland; zo staat het te lezen op bijna ieder oorlogsmonument op de dorpspleinen die we passeren: ‘A nos morts glorieux’ of ‘tombé pour la gloire de la patrie’… voor de glorie van het vaderland… alsof dat het onbeschrijflijke leed en de ellende zou kunnen verzachten…
Leed en ellende in zeer plaatselijke omvang levert voorlopig ook mijn nieuwe zadel op. Ik weet af en toe gewoon niet hoe ik moet gaan zitten. Ik begin me zelfs op de klimmen te verheugen, omdat ik dan mijn benen meer voel dan mijn zitvlak. Het kan raar lopen. Maar ik heb er goede hoop op dat er ’te eniger tijd’ verbetering zal optreden. Hoop doet leven. Desondanks hebben we vandaag toch een gemiddelde van tegen de 18 per uur weten te rijden.


Een van die mooie bruggetjes, net erna een enorme klim het dal uit

Om half twee rijden we, na een paar pittige klimmen en steile afdalingen, via de brug over het snelstromende riviertje de Aire de poort van ‘Camping Municipal Le Pâquis’ binnen, een groot parkachtig terrein met veel bomen. De receptie is naar goed lokaal gebruik gesloten. De dienstdoende gemeenteambtenaar zal er vanavond tussen zes en halfzeven zijn om het ’goud’ te oogsten. In ons geval 6 euro 80...
We sjouwen een houten picknickzitje naar onze tent, waardoor er vanavond heerlijk gezeten kan worden. Later arriveert een alleenstaande vrouw - althans als zodanig op weg - die ook naar St.-Jean-Pied-de-Port fietst. Die zullen we onderweg misschien nog wel vaker zien.
Nadat ik dit dagverslag grotendeels ingetikt heb, gaan we uitgebreid koken met de boodschappen die we onderweg in een supermarkt gedaan hebben. Niet om op te scheppen, maar het wordt werkelijk een copieuze maaltijd.
Voor de rest dreigt het verhaal eentonig te worden: nergens in dit stadje is er gelegenheid om op internet te komen. Via onze laptop is er eveneens opnieuw geen netwerk in de buurt te vinden. Hopelijk morgen beter. Châlons is een grotere stad met wellicht meer mogelijkheden.

Bonjour la France

Derde dag
Zaterdag 30 mei 2009
Bastogne – Montmédy, 87 km

Waar zijn de tijden gebleven dat we in één dag van Landgraaf naar Frankrijk fietsten? Precies 44 jaar geleden. In 1965 reed ik als twintigjarige jongeling, net geslaagd voor de kweekschool en mijn hele arbeidsleven nog in een onafzienbare lengte voor me, met Jo Ringens, een studiegenoot, naar Parijs. De eerste dag al bereikten we Frankrijk: Givet, vlak over de grens weliswaar, maar toch. Met 173 kilometers op de teller! En nu, zoveel jaren later – én ouder – doen we daar drie dagen over. Waarbij wel niet vergeten mag worden dat de afstand naar Montmédy ongeveer 260 kilometer bedraagt en de gekozen route heel wat meer klimwerk vereist.
De nachten in Bastogne, op een hoogte van 525 meter, zijn vaak ijselijk koud. Ook nu. Ik duik klappertandend als Shakin’ Stevens met kleren en al de slaapzak in. Met hoofd en al, als een waarm blazende biologische cv. Wat een verschil met dat warme nest bij die heerlijke bed- & breakfastovernachting in Targnon! Maar kom op, jongelui, we mogen niet te verwend raken.
’s Ochtends staat de zon al vroeg op onze tent. Nog even lekker een half uurtje aanwarmen. De lucht is weer strak blauw. En de tent is aan de buitenkant al droog. Dat scheelt heel wat werk.
Om acht uur zitten we te ontbijten uit de prima gesorteerde ontbijtdoos van Frans. De wind blaast uit het oosten. Een goed teken. Stabiel weer. We kunnen alles goed droog krijgen en schoonmaken voordat we inpakken. Een stukje luxe dat je tijdens een reis als deze niet al te vaak ten deel valt.
Om kwart over negen rijden we bergop de stad in en dan weer verder zuidwaarts. Aanvankelijk schuift de weg aangenaam onder de wielen door. Bastogne blijkt een goede keuze om de derde dag te beginnen. Maar na een kilometer of tien wordt het scenario van gisteren weer uit de la getrokken. De ene klim na de andere, afgewisseld met suizende afdalingen. Ik kijk op de teller: 21,8 kilometer… pas?! Het lijkt alsof we intussen al het dubbele erop hebben zitten, althans gemeten naar de hoeveelheid geleverde sportieve arbeid. Anderzijds is het toch weer geweldig dat Aeolus ons met zijn bolle wangen andermaal van dienst is. Hij doet nóg beter zijn best dan gisteren. Hij blaast ons af en toe vooruit als ouderen op een ‘elektrische fiets‘.
Na 36 kilometer zitten we na twee fietsuren desondanks redelijk afgepeigerd op een bankje in de zon met een pak lekker Belgisch brood en de ontbijtdoos van Frans om energie bij te tanken. We zijn bijna halfweg… denken we. Maar daarover later meer.
Het wegdek is af en toe erbarmelijk. Hier noemen ze dat ‘déformé’. We zien vaker een bord dat ons daar ten overvloede op meent te moeten wijzen. Tussen haakjes: we realiseren ons dat er zich onder onze lezers een leraar Frans bevindt met een ter zake uiterst toepasselijke voornaam. Het valt ons op dat ‘Chaussée déformée’ (in het bericht van gisteren fout geschreven…) tweemaal met ‘ée’ geschreven behoort te worden. Dit komt omdat een weg vrouwelijk is, kennelijk omdat hij/zij bereden wordt… sorry, smakeloos grapje, ongepast voor een pelgrim.
Na het vlekje Léglise fietsen we lange tijd bergaf door dennenbossen. We verlaten de Hoge Ardennen. En na Rossignol dalen we verder af in het wijde dal van de Semois. “We hebben ons tot nog toe nog niet echt verreden”, merkte ik gisteren nog tegen Frans op. En terecht. Maar vandaag gebeurt het dat we al meer dan twee kilometer bergop rijden in de verkeerde richting. Het was me al opgevallen dat de wind gedraaid was, maar als ik in de verte een bos zie, dat op de kaart in het noorden ingetekend staat en ik me tegelijkertijd realiseer dat we de zon pal in de rug hebben, schreeuw ik naar Frans (bergop altijd aan de leiding) dat we rechtsomkeert moeten maken. Bijna vijf kilometer voor de … enfin, dat mag iedereen zelf invullen.
Even later weer op de juiste weg (Lucas VI…) komen we via een smalle, steil en ‘chaussée deformée’-omlaag leidende bosweg in de wondermooie Val d’Or, de gouden vallei, waar de enorme abdij van Orval ook haar naam aan ontleent, in omgekeerde zin weliswaar, maar toch. Net als Val Dieu ook een cisterciënzer abdij. Deze orde betekende veel voor de opvang en verzorging van de Middeleeuwse pelgrims. De naam Orval herinnert aan de legende van een verloren gouden ring in de Mathildebron, die door een vis werd terugbezorgd, letterlijk weer boven water gebracht dus. Bij de abdij behoorde naar goed gebruik eeuwenlang een bierbrouwerij, die echter inmiddels zelfstandig opereert. In het abdijwinkeltje wordt dit abdijbier verkocht, evenals andere abdijproducten zoals kaas en honing. Dat zagen we ook al in Val Dieu.
Vijf kilometer verder passeren we de Franse grens. Bonjour la France! We worden verwelkomd met de zoveelste lange en steile klim. Bienvenue.
In het dal van de Thonne rijden we met 80 kilometer op de teller het dromerige dorpje Avioth binnen. Meteen wordt het oog getrokken door een onlogisch grote gotische basiliek, ogenschijnlijk zonder enig gevoel voor verhoudingen zomaar op het hoogste punt van het dorp neergeplant. Echter…, toch niet zomaar, want er is een duidelijke verklaring voor. Sinds de 12e eeuw wordt hier een bijzonder Mariabeeld vereerd, gesneden uit lindehout, en in 1147 al aanbeden door niemand minder dan de heilige Bernardus van Clerveaux in gezelschap van de paus himself. Dat zegt genoeg. Het dorp is desondanks niet met zijn enorme kerk meegegroeid.
Verder fietsend door het dal van de Thonne zien we opeens hoog tussen het groen de twee torens van de citadelkerk van Montmédy prijken. Er is echter nog een behoorlijk pittige klim nodig om de erbij gelegen Camping Municipal La Citadelle te bereiken. Dermate pittig dat ons niets anders rest dan een deel van onze pelgrimage te voet af te leggen. De deerlijk vervallen citadel ligt strategisch op een vooruitstekende rots die naar drie kanten uitzicht biedt over het dal waarin het stadje zelf aan de voet gelegen is. Eeuwenlang beschermde deze door Karel V aangelegde vesting de grens van het Groothertogdom Luxemburg. Na de verovering door de Zonnekoning Louis XIV in 1657 werd de vesting door de vermaarde bouwmeester Vauban uitgebreid tot de thans nog bestaande machtige fortificatie. Montmédy is al eeuwen een pleisterplaats voor Santiagogangers.
Op de camping aangekomen doen we uitgebreid de was, die even later heerlijk droog hangt te wapperen in de harde oostenwind. Daarna gaan we boodschappen doen. Daarvoor moeten we een lange slingerende berg af - het stadje ligt zo’n honderd meter lager - en daarna beladen weer terug omhoog. Mede daardoor smaakt het eten voortreffelijk.
De Camping Municipal is vrij nieuw. Er is behalve een sanitairgebouw niets aan voorzieningen aanwezig. Het kantoor wordt maar twee uur per dag bemand door een gemeenteambtenaar, die we het vorstelijke bedrag van 7 euro 35 verschuldigd zijn. Nergens kunnen we een stekker vinden om de laptop op te laden. Maar gelukkig brengen twee oude bereidwillige mensjes in een caravan uitkomst. Zo kan dit verhaal toch geschreven worden, maar verzenden is vandaag niet mogelijk omdat we nergens op internet kunnen.
De Hoge Ardennen met zijn pittige hellingen liggen voorgoed achter ons. De tocht voert vanaf morgen verder door de glooiende heuvels van de Woevrestreek, het onvervalste Franse platteland met verspreid liggende dorpjes met kerken en kastelen, zonder toeristische drukte. Maar of de hellingen niettemin toch op onze weg blijven komen, daarover morgen meer.

vrijdag 29 mei 2009

Uit het zadel gewipt

Tweede dag
Vrijdag 29 mei 2009
Targnon – Bastogne, 80 km


Als we na een lange slaap wakker worden hangt er een dichte mist in het dal van Targnon. Dat wordt dik inpakken vandaag. In de kantine genieten we een prima ontbijt. We zien op tv zelfs het Nederlandse ochtendnieuws en horen onder meer dat Roda zijn eerste wedstrijd in Leeuwarden gelijk gespeeld heeft; thuis de boel afmaken en het verdere verblijf in de eredivisie zit in de knip. Ook buiten breekt de zon door.
Even na half tien nemen we afscheid van het gastpaar Peter en Cécile en stappen we op voor een prachtige dag. Eventjes naar Bastogne. Zo denken we. Gisteren was immers de zwaarste…
Vanaf de camping volgen we het bosrijke, langzaam oplopende, slingerende dal van de Lienne richting Lierneux. Vals plat omhoog. Het riviertje slinkt kilometer na kilometer tot er uiteindelijk een onooglijk smal weidebeekje overblijft. Het weg loopt aanvankelijk prima.
“Toch wel aardig dat die Belgen speciaal voor het wegdek hebben vernieuwd”, merk ik op, “je krijgt het gevoel dat ze de loper voor ons uitgelegd hebben.” Maar loof de dag nooit voordat de avond gevallen is, want even later moeten we verder hobbelen over deplorabel gescheurd asfalt met gaten dat je best ‘déformé’ mag noemen. De Belgen lijken dat met ons eens, getuige een bord ‘Chaussé déformé’; alsof we dat zelf niet merken. Vooral mijn zadel. Bij de zoveelste ongewenste oneffenheid word ik even uit het zadel gewipt en hoor ik bij het neerkomen een onheilspellende krak. Mijn ‘zetel’ zit los. Met een tie-rap wordt het ongemak provisorisch verholpen. Maar dat ik hiermee Santiago niet haal, wordt al snel duidelijk. Als ik voorlopig Bastogne maar eens haal…
Stilaan wordt het landschap weer opener. Overwegend groene weilanden, afgewisseld met hagen en bossen, hier en daar een eenzame boerderij en een klein verweerd dorpje. Maar de klimmen blijven toenemen. Het wordt steeds zwaarder. Ik voel bij iedere nieuwe klim hoe mijn benen steeds meer averij beginnen op te lopen. Heb ik daarvoor zoveel getraind in het heuvelland, de Camerig, Epen, Vijlenerbos, de Vaalserberg? Maar dit is andere koek. De tijd om te herstellen wordt steeds korter. Eén keer besluit ik me niet te schamen en af te stappen. “Dit wordt te gek”, mopper ik tegen Frans die me voorbij rijdt. Nadat hij gisteren een paar van deze inzinkingen had, oogt hij vandaag weer zoals gewoon supersterk.
Als we na 35 kilometer bij Langlire het hoogste punt bereiken, 575 meter, hebben we bijna alleen maar geklommen.
Het binnerijden van Cherain (42 km), waar een imponerend stuk afweergeschut uit de Tweede Wereldoorlog op een pleintje staat, ontaardt voor Frans in een kortstondig feest van herkenning.
“Hier hebben we gewandeld! Twee jaar geleden, toen we de knutselweek hadden in Baclay!” Dit oord stond op een wegwijzer aangegeven op 2 kilometer.
Dan dalen we heerlijk af naar de bosrijke bovenloop van de Ourthe. het nog smalle riviertje heeft zich hier ingeslepen in de heuvels en meandert vrolijk van oost naar west richting Houffalize. Maar daar hoeven we niet naar toe. We genietende met volle teugen van dit geweldige mooie stuk natuur waar eindelijk eens een paar kilometer niet geklommen hoeft te worden. Bij de camping Moulin de Bilstain vinden we eindelijk een terras. Restaurant gesloten, maar dat deert ons niet. Tegen een hoge rots tegenover ons zijn ze bezig met abseilen. Het weer is schitterend. Nogmaals, puur genieten, ook als we weer verder rijden. Maar even later worden we dan toch weer gestraft voor ons genot door een lange en steile klim, slingerend uit het Ourthedal omhoog. Gelukkig krijgen we meestal een zetje in de rug. De engelen zelf? Of hebben ze de oude, antieke Aeolus, de Griekse god van de wind, nog eens van stal gehaald, ingehuurd, om ons een handje te helpen?
Na nog vele kilometers door dit wondermooie Ardense landschap op - Aeolus in de rug - en neer bereiken we even na vieren Bastogne of Bastenaken, in onze dagen zoals wellicht bekend het keerpunt in de befaamde wielerkoers Luik-Bastenaken-Luik. Alleen maar héén is voor ons al ruimschoots genoeg. In december 1944 woedde hier in alle hevigheid het beroemde Ardennenoffensief; de opmarcherende geallieerden werden in de heuvelachtige ommelanden lange tijd bezig gehouden door een vertwijfeld spartelende Wehrmacht. Uiteindelijk vergeefs. Het kostte duizenden doden en een vrijwel totaal verwoeste stad. De herinneringen aan deze verschrikkelijke episode worden levend gehouden door een Amerikaanse tank in het centrum, een monument op een heuvel en twee musea.
Op zoek naar een fietsenzaak voor een nieuw zadel worden we van le petit cabinet à la mûr gestuurd. Tot nog toe heb ik nog geen centje zadelpijn gehad. Maar zal dat zo blijven op een nieuw zadel? Een nieuw zadel moet ingereden worden… maar we hebben nog kilometers genoeg voor de boeg voor we bij Sint Jacob zijn.
Camping De Renval vinden we tenslotte aan de westrand van de stad aan de dalende weg naar Marche. Een goed verzorgde driesterrencamping, met alles erop en eraan. Behalve een computer om straks dit dagbericht op de blog te zetten. Nee, geen ordinateur publique. Dan had ik maar ‘wifi’ moeten hebben. Misschien iemand anders op de camping? Maar hoe vind je die? Ik zie wel een bejaarde vrouw met een ‘fifi’, maar de eerste letter klopt niet. Dan maar wachten tot morgen.
Van Louise en Gerry hoorden we dat er veel reacties geplaatst waren op het bericht van de eerste reisdag. Hartstikke bedankt! Doodzonde dat wij er vandaag niet van kunnen genieten. We zitten te popelen - in de uiterst luidruchtige Kantine. Hopelijk hebben we morgen in Montmédy meer geluk. En jullie ook.
En dan, onverwacht, lukt het Frans de netwerkverbinding te bewerkstellingen. Die Frans… Dus toch een tweede reisbericht vandaag.

donderdag 28 mei 2009

Overvloedige zegeningen

Eerste dag
Donderdag, 28 mei 2009
Landgraaf – Stoumont/Targnon, 94 km

Bij de pelgrimszegen gisteravond gebruikte pastoor Terranea geen wijwaterkwast. Dit werd vandaag door de weergoden alsnog gedaan. Het was een druilerige en nat-koude dag van regenjasje aan, regenjasje uit. Na het afscheid van onze echtgenotes - die thuis hun eigen pelgrimage houden - onze schoonzus en (schoon-)moeder van 87 en gingen we onder licht mottig gedruppel om tien over negen op weg.
Na goed 25 kilometer passeerden we tussen Slenaken en Teuven de taalgrens. Meteen echt ‘buitenland‘. Overal de sporen van de strijd tussen Frans en Nederlands. Waar gaat dit over?! Walen die het Vlaams lijken te willen verdelgen als onkruid. Met spuitbussen. Op de tweetalige plaatsnaamborden en wegwijzers staan her en der de Nederlandse plaatsnaamequivalenten ondergespoten. Niet St.-Maartensvoeren maar Fouron St.-Pierre, niet Maastricht maar Maestricht… veelal het werk van jongere activisten die bij hun grootouders nog gewoon Limburgs dialect praten.
Het wordt ook voor ons dus al snel aanpassen. Overschakelen op het Frans. Voor mij geen probleem. Frans spreek ik de hele dag; tegen wie zou ik anders moeten praten..? De borden en de reclameboodschappen langs de weg brengen in combinatie met onze pelgrimage een gevoelig, gedragen lied bij me boven dat we met het koor zingen: Jesus, je voudrais te chanter sur la route… op weg zou ik je toe willen zingen. Van dat zingen komt voorlopig niet veel terecht omdat er na Teuven een twee kilometer lange helling bedwongen moet worden naar La Planck. Door de striemende regen.
In Aubel maken we na een lange afdaling een omweg naar Val-Dieu, het dal Gods, waar een mooie abdij staat, in 1216 gesticht door Bernardus van Clerveaux, die hier vereerd wordt. Het is al jaren mijn gewoonte om daar een kaarsje op te steken bij de beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand en haar te vragen voor bescherming onderweg. Ik heb natuurlijk als katholiek een heel verleden met haar, dat met mijn doop begonnen is, want ik heet M.M.J.H. Quaedflieg, en die tweede M staat voor Maria. Ik heb die naam dus altijd bij me. Ze hoort bij me; dus overal waar ik ga komen we elkaar tegen. Ik ken al haar feestdagen wel niet uit mijn hoofd, maar overal wordt ze in een bepaalde specifieke hoedanigheid vereerd.

Na Val Dieu, met 40 kilometer op de teller, blijft het klimmen en dalen. Een snelle afdaling brengt ons naar Dolhain in het dal van de Vesdre. Hier drinken we een kopje ‘déca’ in een klein cafeetje, waar vlak na de middag al iedereen aan het pils zit. Die Belgen toch. De klim vanuit dit stadje naar het fraaie vestingstadje Limbourg, ooit het centrum van het gelijknamige hertogdom en de oorsprong van de huidige provincie Limburg, geldt als een van de pittigste klimmen van de hele route, die alleen door de sterken helemaal in het zadel bedwongen kan worden; zo las ik in ons routeboekje. Vanaf vandaag behoren wij ook tot de elite van die sterken!
Na Limbourg mogen we weer omlaag naar het dal van de Hoegne. Via Polleur bereiken we met een harde wind tegen na 75 kilometer Theux-Franchimont. Twee kilometer verder worden we geconfronteerd met de eerste echte, vele kilometers lange Ardennenklim, die via La Reid Haute Desnié - waar ik bijna voor de poorten van de hemel mijn eerste lekke band krijg- loodzwaar en onophoudelijk stijgt naar een hoogte van 525 meter. What goes up must go down, zo zongen The Doors ooit al eens. Ook hier klopt dat. Een heerlijke afdaling laat ons via het plaatsje Stoumont omlaag zeilen naar in het dal van de Amblève. Hier rijden we de poort binnen van camping Pont de Targnon, Een genoeglijke camping in de rust van de natuur. Er is een bar (met houtkachel waar we nu bij zitten te gloeien), een friettent, toiletgebouwen, wasmachines en wasdrogers. En een speciale bed & breakfastkamer voor pelgrims met een ruime badkamer. Gezien de ontberingen van vandaag en de te verwachten koude nacht vinden we dat we die verdiend hebben.
Dank je wel allemaal voor jullie leuke reacties.

woensdag 27 mei 2009

Nog één nachtje thuis slapen…

Spannend. Morgenvroeg vertrekken, Jacobus tegemoet.
Vroeger vanavond kregen we in een mooie mis de pelgrimszegen van pastoor Terranea en de eerste stempel in ons credencial. Er waren meer mensen in de kapel dan bij een normale avondmis gebruikelijk is. Fans, zullen we maar zeggen.
Na de mis wordt er thuis genoten van een uitgebreide Indische tafel, met veel gevoel gecomponeerd door Louise. Een culinair hoogstaand ‘laatste avondmaal’. Intussen lopen ook nog enkele belangstellende familieleden en vrienden naar binnen, waardoor het meer begint te lijken op een gezellig verjaardagsfeestje.
De tv staat wel aan – ja, tóch, want dat hoort zo bij de finale van de Champions League… vind ik – maar er wordt bepaald niet geboeid naar gekeken. Uitzonderingen bevestigen de regel. Als iedereen naar huis is, behalve Frans en Gerry, die blijven slapen, zet ik even dit bericht op de blog.
Hopelijk kunnen we onderweg vaak ergens een internetverbinding enteren om een nieuw bericht of etappeverslag op de blog te zetten en jullie reacties te lezen. Want daar verheugen we ons nu al op.

maandag 25 mei 2009

Hoe plaats je een ‘reactie’?

Veruit de meeste lezers van onze blog weten niet precies hoe ze een reactie onder het bericht kunnen plaatsen; daar hoor(de) ik trouwens ook bij. Inmiddels is dit vraagstuk door enig experimenteren (zie daarvoor enkele ‘stupide’ reacties bij het vorige bericht) en de informatica-deskundigheid van een geliefd familielid opgelost.

Het gaat zo.
- Klik op de (klein gedrukte) datum onder het bericht.
- Onder het lege venster wordt achter ‘Reageer als’ gevraagd een 'Profiel' te selecteren: kies dan voor ‘Naam/URL’*
- Vul je naam in en laat URL open, klik op ‘Doorgaan’
- Tik je boodschap in
- Sluit af met klikken op ‘Reactie plaatsen’.

* Je kunt ook kiezen voor Anoniem; maar dan komt dat rare woordje als afzender bij je reactie te staan. Of je zou het leuk moeten vinden...

Hoe dan ook, zo moet het lukken. Een kind kan de was doen… tenminste…
We zien uit naar jullie reacties. Die zijn onderweg heel stimulerend voor ons!!

zaterdag 23 mei 2009

Nog 4 dagen

Zaterdag vandaag. Andermaal prachtig weer, deze voorzomer kan niet op! Ik heb intussen bijna tweeduizend kilometer kunnen ‘trainen’.
Aan alles voel je dat het bijna zover is. Steeds meer vrienden en kennissen wensen me - “als ik je voor die tijd niet meer zie...” - een behouden tocht toe. “Bonne route” gaat dat vanaf donderdag heten; later in Spanje “Buen Camino”.
De lange termijnweersverwachtingen voor de eerste fietsdagen zien er werkelijk schitterend uit: zomerzon met noordoosten wind. Te mooi om waar te zijn! We worden naar Sint Jacob toe geblazen! Hoewel… toch maar even afwachten. Er is niets zo veranderlijk als het weer, zegt men wel eens…

Komende woensdag, aan de vooravond van ons vertrek, gaan we om 19.00 uur naar de avondmis in de dagkapel aan de Heigank, waarna we de pelgrimszegen krijgen van pastoor Terranea. Plús de eerste stempel op onze credential. Met z’n vieren – Gerry en Frans logeren bij ons – maken we er een gezellig afscheidsavondje van. Inclusief de finale van de Champions League uiteraard. En de volgende ochtend zal, na een stevig ontbijt, ergens tussen half negen en negen uur het startschot gelost worden. Het kriebelt me nu al aan alle kanten…

Maar voor het zover is eerst nog een diepgemeend woord van dank aan iedereen die ons op welke wijze dan ook een “Buen Camino” wenste, geld gaf om een kaars op te steken bij Sint Jacob, mij een klein engeltje in mijn hand drukte, zodat ik nergens alleen zou zijn, onze vliegreis terug boekte, allerlei andere noodzakelijke dingen voor ons regelde, ons de kans gaf om deze droom te verwezenlijken (dank je wel, schatten), kortom, allemaal dank. We zullen ons op onze weg gedragen voelen door jullie support!